Verhalen en anecdotes

Historisch boek Zeijen

Het Historisch boek Zeijen is in 2011 in beperkte oplage uitgegeven. De enthousiaste leden van de projectgroep hebben echter zoveel materiaal verzameld, dat niet alles in het historisch boek kon worden opgenomen. Om dit unieke materiaal niet verloren te laten gaan kunt u dit op Historisch Zeijen.nu vinden. Ook informatie die de projectgroep heeft verzameld of heeft ontvangen na de verschijning van het boek treft u hier aan.

De op deze website geplaatste informatie kan het best worden gelezen in samenhang met het boek.
Koop hier uw exemplaar van het Historisch boek Zeijen

Interview met Betsy Uiterwijk

“Ik begon in 1967. Het was een echte mannenwereld. Ik was de eerste vrouw die solliciteerde en ik werd uitgenodigd voor een gesprek omdat de heren nieuwsgierig waren wat voor vrouw ik was. In het sollicitatiegesprek kreeg ik allerlei vragen te beantwoorden waaruit mijn goede algemene ontwikkeling moest blijken en of ik voldoende kennis had van actuele zaken. Twee heren durfden het wel met mij aan, maar de derde man was tegen. Toen volgde  een medische keuring. Mijn platvoeten waren geen bezwaar, maar de dokter waarschuwde voor de belasting die het werk met zich mee zou brengen. Ik zou zware tassen moeten dragen en de post moet altijd doorgaan; ondanks regen of sneeuw, gladheid, storm of ziekte. Ik werd aangenomen en aangezien er geen damesuniform voorhanden was, kon ik een hoedje krijgen met een zware jas en een grijze tas. Het hoedje zette ik niet op. Dat was zo’n lelijk ding! Daar wilde ik niet mee lopen. De tas was onpraktisch, dus ik naaide een grote, solide binnenzak in mijn eigen jas. Zo begon mijn werk in onze schoolkring en in ons dorp. Uit conservatieve hoek heb ik wel weerstand ondervonden tegen mijn persoon als postbesteller. Ik zou immers “brood uit de mond stoten” van mannen. Maar ik liet me niet uit het veld slaan. Als postbode bracht je pensioengeld en AOW rond. De mensen hadden dan vaak al rekeningen klaar liggen, die betaald moesten worden. Iedereen kreeg contant geld en de rekeningen werden ook weer contant voldaan. Zodoende had ik zowel op de heenweg als op de terugweg veel geld op zak.  Als postbode had ik een vertrouwenspositie en veel mensen waren blij als ik hen hielp bij het invullen van formulieren. Ik kreeg fietsvergoeding en ik kreeg hetzelfde salaris als mijn mannelijke collega’s. Tweemaal ben ik door een hond gebeten en moest ik een tetanusinjectie gaan halen. En eenmaal ben ik door een auto geschept. Het liep gelukkig goed af, maar af en toe heb ik me langs de weg wel kwetsbaar gevoeld. Toen ik al tien jaar werkte als postbode en er ondertussen meer vrouwen bij het PTT bedrijf waren gekomen, ging ik samen met een aantal jonge vrouwelijke aspirant-postbestellers naar Groningen om speciale  post-uniformkleding te laten aanmeten. In 1991 verhuisde ons gezin naar  Hoofdstraat 51. Bij uitzondering kregen wij daar een speciale postkantoorruimte in ons eigen huis, waar de post werd gebracht en mijn man en ik eerst alles sorteerden. Dan hadden we twee bestellingsrondes. Een ‘sochtends en een ‘smiddags. Je kon wel enigszins je eigen tijd  bepalen. De sneeuwwinter van 1979 vergeet ik nooit. Ons hele dorp was dichtgesneeuwd. Toen er een doorgang was gemaakt bracht ik lopend met een slee, waarop een kist voor de post was gemonteerd, de post naar de mensen. De weg Ubbena-Rhee heb ik gesplitst: de ene dag de ene zijde, en de volgende dag de overzijde van de weg.

In 1990 startte de PTT met een rijdend postkantoor, de PTT-bus. Dat leek me wel wat. Ik wilde graag op die bus rijden, maar ik had niet de juiste papieren. Helaas kreeg geen toestemming om de opleiding die ervoor nodig was te gaan volgen.”

Betsy Uiterwijk werkt 29 jaar als postbesteller in de schoolkring  Zeijen. Na haar pensionering wordt de post vanuit Vries in Zeijen rondgebracht. 

Waotergeesten in Zeijen

Zeijen kent is een verhaoltie over waotergeesten. Het was in de heuitied en een paor aarbeiders wadden daor op het laand an het waark en de boer, dei mende het heu nar hoes. Zoals hij wend was, ree hij haard met de lege waogen weer naor het laand. De aarbeiders zaggen hom ankommen en de man, dei het heu oplaoden mus, wol eerst nog wat waoter drinken. Hij gung daor even naor een sloot tou, waor heil schoon waoter in was. Net dou hij drinken zul, dou
heurde hij een stem oet de sloot en dei zee: "De tied is er, maor de man is er nog neit".

De boer was intussen ok kommen en wol ok nog even drinken. Hij Ieup haard naor de sloot. De aar beider zee dou, wat hom overkommen was en hij waorschouwde hom. Maor de boer wol neit lustern en laachde er wat om. Daodelk bij de eerste slok stikte hij in het waoter.

De arbeiders hadden – zo steit er – wol weiten, dat dit zo gebeuren zul.

Bron: Gemeente Vries, het land van de Zweedse kornoelje; dr. G.H. Kocks e.a.; 1979

Landmeter

Daor in Zeijen hef aans ok nog ies wat west met een Iandmeter. Dei har de scheiding van de maarken tusscn Vreis en Zeijen opmeten, maor een lap gruinlaand har hij ten onrechte an Zeijen toukend. Een toer laoter ree hij daor ies langes met peerd en waogen en dou gung het peerd op loop. En op dat stee, waor hij dei verkeerde meterij oethold had, vul hij van de waogen en daor brak hij zien nak.

Of het zwet dou nog op een aander stee kommen is, daor ies niks van heurd.

Bron: Gemeente Vries, het land van de Zweedse kornoelje; dr. G.H. Kocks e.a.; 1979

Eekschillers

Uit de Provinciale Drentse en Asser Courant van donderdag 16 februari 1922:

Van de vele eikschillers die hier elk jaar komen was er reeds 30 jaar te Zeijen één achter gebleven met zijn vrouw. Deze menschen vonden, als er in de bosschen niets meer te verdienen was, werk bij de boeren. Ze woonden kalm in een woonwagen. Ook met hulp van de diaconie en ouderdomsrente voorzagen zij in hun levensonderhoud. De strenge winter heeft hen wellicht als slachtoffer opgeeischt. De boeren vonden den man dood op een stoel gezeten. De vrouw werd per auto naar Vries vervoerd om in het armenhuis opgenomen te worden. Ook zij bezweek op 71 jarigen leeftijd. De man was 79 jaar.

Het dialect in de gemeente Vries

De voormalige gemeente Vries ligt in het grensgebied van twee Drentse dialecten. J. Naarding stelt in “ De Drenten en hun taal” (1948) dat er een taalgrens loopt aan de noordzijde van Vries en één aan de zuidzijde. Deze hebben aan de noordzijde betrekking op de tegenstelling van ei en ai of aai in woorden als zeik-zaik, leif-laif en stein-stain. Aan de zuidzijde gaat het meer tussen ei en aai.

Ook ligt er door Vries een dialectlijn die de tegenstelling aangeeft in het gebruik van um en om.

Bij de vervoeging van werkwoorden wordt aan de noordzijde van Vries meer de uitgang –en gebruikt (bijvoorbeeld wij kunnen, wij doun, wij lopen) en aan de zuidzijde meer –t als uitgang (wij komt, wij dout, wij loopt). In het overgangsgebied, waaronder Zeijen, kan men beide vormen door elkaar horen spreken.

Andere verschillen tussen de noordzijde van de voormalige gemeente Vries en de zuidzijde treft men aan bij bepaalde woorden. Ten noorden zegt men hij docht, een egel heet een egelzwien en de ooievaar een aibert of aaibert terwijl aan de zuidelijke kant sprake is van hij dacht of  daachde en van iegelkaor en van uibert of luibert.

Bron: Gemeente Vries, het land van de Zweedse kornoelje; dr. G.H. Kocks e.a.; 1979

Een overval in Zeijen op 19 juli 1933

Op vrijdagavond 16 juli 1933 ontsnapt een gedetineerde uit de Rijkswerkinrichting in Veenhuizen. Via de radio is een bericht verspreid waarin om zijn opsporing en aanhouding wordt gevraagd. Gelukkig kan men drie dagen later, op maandagavond 19 juli, al melden dat de voortvluchtige is aangehouden. Dat betekent echter niet: einde verhaal. Er heeft zich in die drie dagen wel het een en ander afgespeeld. Aan de hand van krantenknipsels is het volgende verhaal gereconstrueerd.

Het is in die dagen niet ongebruikelijk dat mensen in de onmiddellijke omgeving van Veenhuizen vluchtelingen van oude kleren voorzien om ze zo uit de handen van justitie te houden. Onze vluchteling houdt zich op in de omgeving van Peest en Zeijen waar enkele mensen hem iets te eten geven. Aan een zandweg van Zeijen naar Peest staat de woning van Jacob Geerts en zijn gezin. Hun naaste buren wonen 250 meter verderop.

Op zondagochtend treft de familie Geerts een onbekende man aan in hun schuur, schuilend voor de regen en zij geven hem een boterham. Maandagmorgen gaat Jacob Geerts al vroeg naar zijn werk en bespeurt in de omgeving van zijn huis niets verdachts. Toch verschijnt de man diezelfde morgen weer bij het huis; het dochtertje van Geerts is nog niet naar school.

Hij vraagt om kleren en de vrouw geeft hem een pet, de man lijkt tevreden en vertrekt. Vrouw Geerts voelt zich kennelijk toch bedreigd, want ze geeft haar kind een briefje mee waarin staat dat er een man rond hun huis zwerft die zij niet vertrouwt.

En inderdaad, voor de derde keer verschijnt de vluchteling in haar huis en hij vraagt opnieuw om kleren. Zij weigert echter om op zijn verzoek in te gaan. De man grijpt het broodmes dat op tafel ligt en verwondt haar aan hals en polsen, pakt vervolgens een regenjas en een strohoed en neemt de benen. Ondanks haar verwondingen gaat vrouw Geerts op zoek naar hulp. Zij weet de zandweg nog wel te bereiken, maar daar komt bijna nooit iemand langs!

Inmiddels is het dochtertje in Zeijen aangekomen en heeft haar briefje afgegeven. Onmiddellijk wordt de burgemeester van Vries van de aanwezigheid van een zwerver op de hoogte gebracht en hij neemt telefonisch contact op met de politie van Norg. Toch is het dan al te laat want even later krijgt de burgervader te horen dat er een zwaar gewonde vrouw op de zandweg tussen Zeijen en Peest is gevonden.

Degene die het briefje in ontvangst heeft genomen heeft echter, behalve de burgemeester van Vries, ook de politie in Veenhuizen gewaarschuwd. Die stuurt direct een marechaussee naar het huis van Jacob Geerts om de vluchteling te arresteren. Tot zijn verbazing vindt de man echter een zwaar gewonde vrouw en daar is hij absoluut niet op voorbereid. Wel handboeien, maar geen E.H.B.O.-trommel!

Op zijn motor rijdt hij terug naar de verharde weg, houdt vervolgens automobilisten aan die artsen en andere autoriteiten moeten waarschuwen. Gezien de omstandigheden zijn die toch nog betrekkelijk snel ter plaatse. De artsen verlenen hulp en brengen vrouw Geerts naar het Wilhelmina Ziekenhuis in Assen.

De zoektocht naar de voorvluchtige wordt grootscheeps aangepakt. De plaatselijke politie krijgt versterking uit Veenhuizen en ook tientallen mensen uit de buurt helpen mee. Al gauw vindt men een regenjas en even later ook de strohoed, daar blijft het echter bij ...

"Het bosrijke terrein", zo schrijft de journalist, "biedt de achtervolgde de prachtigste schuilplaatsen!" Aan het eind van de middag vindt men de dader, zij het min of meer toevallig, in een veld met rogge. Dat is een hele opluchting.

In de krant verschijnt zo nu en dan een berichtje om de lezers te informeren over de toestand van vrouw Geerts. Gelukkig verloopt haar herstel voorspoedig en mag zij begin augustus weer naar huis. Op 14 september is de zaak door de arrondissementsrechtbank in Assen behandeld en hoort de verdachte een gevangenisstraf van 10 jaar tegen zich eisen. De uitspraak, op 13 oktober, is conform de eis met aftrek van voorarrest. "En", zo schrijft de krant, "de verdachte, afkomstig uit Limburg heeft in zijn vonnis berust".

Bron: Luida Noordhof; Kerspel Cronieck, maart 2006

Grote branden, ongelukken en menselijk leed in Zeijen e.o.

Drentsche en Asser Courant 1 augustus 1883

Toen zondagavond de 19-jarige Hillechien Barkhuis in ene diepe welwaterput stortte sprong haar de bijna 86 jarige Harm Kremer dadelijk na, pakte haar en hield haar boven water totdat beide door middel van ene ladder uit die put verlost werden. De 86 jarige maakte alle toeschouwers beschaamd door zijne flinke handelswijze.

Drentsche en Asser Courant 11 juni 1894

Terwijl de molenaar, W. Groenman, hedenmiddag aan het malen was, geraakte de molen die geheel van hout was gebouwd in brand en was in korte tijd totaal afgebrand. Ook zijn woning die aan de molen was verbonden werd een prooi der vlammen. Doch de inboedel is grotendeels gered.

Drentsche en Asser Courant 21 oktober 1937

Terwijl de klompenmaker H. en R. Westerhofwoensdag voormiddag bezig waren met het vervoer van bomen op een vrachtwagen vanuit een schip dat alhier in de haven ligt, tot hun woning, begonnen onderweg een aantal bomen af te glijden waarop juist R. was gezeten. Deze kwam hierdoor zo ongelukkig terechtdat onmiddellijk de hulp van dokter van den Berg uit Vries werd ingeroepen die de patiëntmet een zevental gebroken ribben en enkele andere verwondingen naar diens woning vervoerde.

Doodslag te Zeijen, 1921, slachtoffer J. Lammers

Fatale steekpartij door Jacob Uilenberg uit Norg, plaatselijk bekend als Job Oel

Kievitseieren

“Op een zondagmorgen vonden mijn broer en ik eens 156 kievitseieren”, vertelt Wolter Emmens.(geb: 1889)

“Het was me het dagje wel. Er waren niet zoveel eierenzoekers in het veld. Het was 1 april 1911 en je mocht eieren rapen tot 1 mei. Ik was toen 22 jaar. Het vinden van de kievitseieren moet in je zitten. Als je er geen gevoel voor hebt, dan blijf je een stuntelaar. Als kwajongen was ik bijna altijd buiten. Dan leer je de natuur en dus ook de gedragingen van de vogels op je duimpje kennen. De kievieten kunnen mij niet bedotten. De gevonden eitjes bewaarden we onder de pet. We aten ze niet op, maar gaven ze links en rechts weg. Het gaat immers om de sport.

Het is niet zo erg om de nesten uit te halen. Van het eerste legsel komt meestal toch niks terecht. Het voorjaar is nog te koud en het bouwland waar de kievieten hun eieren leggen moet nog geploegd en ingezaaid worden. Later in het seizoen hebben de vogels nog volop gelegenheid om te broeden en hun jongen groot te brengen”.

Bron: krantenartikel van 1 april 1961.

Neutieschieten; dik en dun blijft staon zoals het stun

Het neutieschieten is een spel dat met Pasen vooral in Groningen en Drenthe wordt beoefend en zo ook in Zeijen. Bij neutieschieten is het de bedoeling een reeks walnoten met een stalen of stenen kogel van een lijn af te schieten. Op een zo vlak mogelijke ondergrond wordt een zo recht mogelijke lijn getrokken met een lengte van zo'n drie à vier meter. Met regelmatige tussenafstand (± 10 cm) worden daarop dwarslijntjes getrokken. Op elk kruis dat zo ontstaat wordt een walnoot geplaatst. Het is de bedoeling de noten van achteren af, dus zo ver mogelijk van de werper gelegen, er af te mikken. Gooit men er dwars doorheen waarbij de eerste en de laatste noot”of noten blijven staan dan heet dat “dik en dun” en dan blijft alles zoals het is.

In het verleden werd het spel gespeeld op de lemen vloer van de deel. Vaak ging het dan niet alleen om de noten maar ook om geld. Ook al was iedere noot slechts een cent waard, men kon toch aardige bedragen winnen of verliezen en de gemoederen liepen soms hoog op. Al tientalle jaren wordt het neutieschieten op Eerste Paasdag gespeeld bij café Hingstman. Het wordt georganiseerd door de Feestcommissie. Er zijn vier banen waarvan één voor de kinderen. Behalve neutieschieten kan er worden gesjoeld en kan men “spieker slaon”. Daarbij geeft degene die als laatste zijn spijker helemaal in het grote houtblok weet te krijgen de anderen een rondje.

Tijdens de prijsuitreiking eten de aanwezigen krentestoet met hard gekookte eieren. Het is altijd weer verrassend te zien hoeveel eieren sommige mannen naar binnen weten te werken. Eén van de prijzen is een tray met rauwe eieren en soms gebeurt het dat een dergelijk ei tussen de gekookte eiren verzijld raakt met alle gevolgen van dien.

Bron:
- familie Hingstman
- Eigen ervaring samenstellers van het boek

Paasvuur

Paasvuren zijn al eeuwen bekend. Zelfs in de Romeinse tijd brandden er al paasvuren. Het paasvuur geldt als lentevuur, dat de zon moet aanmoedigen en dat de vruchtbaarheid van de velden bevordert. Waar de rook en de vuurgloed de landerijen bestrijkt, moet het goed gaan.

Op Tweede Paasdag ontsteekt Zeijen traditioneel een groot paasvuur. De zaterdagen ervoor kan iedereen snoeihout naar de paasbult brengen waarbij leden van de verschillende verenigingen er op toezien dat er geen verboden zaken (zoals autobanden) worden aangevoerd. De organisatie van het paasvuur is in handen van de Belangenvereniging Zeijen en de boermarke zorgt een tractatie voor de schoolgaande jeugd. De laatste jaren mag de hoogste klas van de basisschool het vuur doen ontbranden. Met brandende fakkels komen zij aangelopen vanaf de school.

Bron:
- Wikipedia
- Eigen ervaring samenstellers van het boek

Zeijerstrubben en Zweedse Kornoelje

De Noorder es van Zeijen is in een driekwart cirkel al eeuwen lang omgeven door de Zeijer Strubben. Thans een bos waarin ‘de natuur haar gang mag gaan’, vroeger een hakhoutbos waar inwoners van Zeijen hun haardhout, hout voor de bakkersoven of stammetjes voor een afrastering vandaan haalden. Ook werd de bast van de eiken gebruikt als grondstof voor het leerlooien.

In de strubben zijn de sporen van een ver en meer hedendaags verleden nog goed zichtbaar. Uit oude tijden dateren de grafheuvels (de zogenaamde Steentijd; meer dan 2.500 jaar voor Christus) en meer recente sporen zijn de aarden walletjes die gediend hebben als perceelsafscheiding van de verschillende eigendommen.

De strubben zijn met name bekend omdat zich hier de enige groeiplaats in Nederland bevindt van de Zweedse kornoelje. Het gemeentewapen van de vroegere gemeente Vries bracht dit bloemtje dan ook prominent in beeld en in het wapen van de nieuwe gemeente Tynaarlo is het eveneens opgenomen. Ook bloeit de zevenster jaarlijks in de strubben.

Een leuke anekdote speelt zich af in februari/maart 1981 als Henk Denkers van Staatsbosbeheer net in het boswachtershuis woont. Er staat in de zaterdagbijlage van de Drentsche- en Assercourant een verhaal over de zeldzame Zweedse Kornoelje die in de strubben voorkomt. Het is een vaste plant die ’s winters niet te zien is, maar veel mensen denken blijkbaar dat het een heester is, want de zondag daarop zijn tientallen bezoekers in de strubben op zoek naar de Zweedse kornoelje struiken. Enkelen zijn gewapend met snoeizaag en snoeischaar en veel mensen komen bij Henk aan de deur want de boswachter weet vast wel waar ze staan. Hij stuurt ze naar een stukje bos waar vuilboom en Amerikaanse vogelkers (zogenaamde bospest) staat en heeft ze daar lekker laten snoeien en verder maar niet wijzer gemaakt. Sommige mensen hebben de kofferbak vol met Amerikaanse vogelkers en gaan trots als een pauw huiswaarts………

 




Klik hier om te reageren op deze pagina


Terug